Short Story: Oh, Whistle, and I’ll Come to You, My Lad (M.R. James, 1904)

m r james ghost stories‘Quis est iste qui uenit. It ought to mean, “Who is this who is coming?” Well, the best way to find out is evidently to whistle for him.’ 

Oh, Whistle, and I’ll Come to You, My Lad is een ghost story van M.R. James die hij in 1903 heeft geschreven en werd voorgedragen tijdens de Kerst als een spookverhaal voor bij het haardvuur. Spookverhalen vertellen was een Victoriaanse traditie waaraan M.R. James en ook Charles Dickens volop aan meededen. Het zijn vooral verhalen over geesten en verschijningen en A Christmas Carol is wel een van bekendste spookverhalen voor de Kerst. Het is een heerlijke traditie die als het donker is en de jaarwisseling nadert, en men terugdenkt aan het voorbijgaande jaar, de overledenen, en met een nieuw jaar in het verschiet, is het logisch dat men denkt aan vroeger en de toekomst en daar horen geesten zeker bij. Denk ook aan die tijd  van het jaar met mist en sneeuw en lantaarns met een flauw schimmig spooklicht en het lijkt zelfs vreemd als er geen geest zou verschijnen. 

Niet ieder spookverhaal dat voor de Kerst werd geschreven speelt zich ook af tijdens de Kerstdagen. Oh, Whistle, and I’ll Come for You, My Lad speelt zich wel af tijdens een vakantie en als we verder lezen vieren ze het Feest van de Apostel Thomas, dat veelal op 21 december wordt gevierd in Engeland. Maar echt de kerstsfeer zelf is ver te zoeken in dit verhaal.

Het verhaal begint op de universiteit wanneer Professor Parkins met zijn collega’s zijn plannen bespreekt voor de vakantie. Hij gaat een paar dagen golfen aan de oostkust en verblijft in de Globe Inn. Dat verblijdt een van de anderen, een archeoloog die zegt dat daar een plek is waar de Tempeliers misschien iets hebben achtergelaten en of Parkins zo vriendelijk zou willen zijn om een kijkje te nemen om te zien of een opgraving de moeite waard is. 

Eenmaal daar aangekomen maakt hij kennis met Colonel Wilson en samen gaan ze golfen. Parkins vergeet niet om een kijkje te gaan nemen bij de plaats van de Tempeliers en vindt daar al gelijk iets, namelijk een inkeping met daarin een voorwerp. Dat voorwerp blijkt een fluitje te zijn. Parkins besluit erop te blazen en een vreemde wind steekt op en zet een aantal enge gebeurtenissen in werking. Daar hij zo rationeel is, is de reden waarom heel naïef op het fluitje blaast, ook al heeft hij de onheilspellende boodschap gelezen. Maar ja, de belangrijkste boodschap kon hij helaas niet vertalen; Fla Fur Bis Fle, wat zoiets betekent als dief, blaas, ween, of gek worden en waarschijnlijk duidt het op twee keer blazen, wat Parkins ook nog eens doet. Dit betekent niet veel goeds dus. 

Het personage Parkins wordt op een speelse en uitgebreide wijze door de verteller aan ons voorgesteld. Parkins is onbevangen, jong, gelooft absoluut niet in het bovennatuurlijke en heeft geen gevoel voor humor. De verteller doet moeite om deze beschrijving zo goed en duidelijk en expliciet mogelijk aan ons over te brengen. Dit geeft een wat speels effect, dat zich in het verloop van het verhaal voortzet. 

Dit verhaal is weliswaar een antiquarian ghost story, zoals M.R. James er velen van heeft geschreven en handelt vaak over een vreemd oud object waar iets bovennatuurlijks mee aan de hand is, maar dit keer gaat de hoofdpersoon er niet zelf uit eigen interesse naar op zoek. Hij vindt het per ongeluk als een vriendendienst. En misschien stiekem om zichzelf ermee op de borst te kunnen kloppen. Dat zorgt voor een ander perspectief. 

Het spookgedeelte, wordt daardoor echter niet minder eng. De opbouw daar naar toe, begint al wanneer hij het fluitje heeft gevonden. 

‘One last look behind, to measure the distance he had made since leaving the ruined Templars’ church, showed him a prospect of company on his walk, in the shape of a rather indistinct personage, who seemed to be making great efforts to catch up with him, but made little, if any, progress.’

Voor de lezer is dit al een zeer onheilspellend moment, maar Parkins zelf denkt er nog helemaal niets van. Zelfs niet als hij die nacht niet kan slapen. Want telkens als hij zijn ogen dicht doet ziet hij dezelfde scène voor zich afspelen. Een scène die zich telkens weer opnieuw voordoet als hij zijn ogen weer dicht doet. 

‘Rapidly growing larger, it, too, declared itself as a figure in pale, fluttering draperies, ill-defined’ 

Het lijkt verdacht veel op datgene wat Parkins zag toen hij de plek van de Tempeliers verliet, alleen nu in meer detail en enger. Als de volgende dag een jongetje een gedaante meende te zien achter het raam van de kamer van Parkins en de dienstmeid meende dat het tweede bed in zijn kamer ook was beslapen, begint het voor de lezer nog enger te worden. En iedereen voelt het al aankomen, behalve Parkins, die blijft ongestoord rationeel.

Maar ook hij kan de slotscène nauwelijks aan als datgene wat hem achterna zat nu wel heel dichtbij is gekomen. Gelukkig komt Colonel Wilson net op tijd. 

Met een sterke opbouw en een erg leuk personage voor een ghost story, is Mr.R. James er weer in geslaagd om het einde behoorlijk creepy te maken. Zonder verklaring, behalve de fluit, maar met een bijzonder enge verschijning is dit een verhaal om je tijdens Kerstnacht wakker te houden. 

Montague Rhodes James (1862-1936), geboren in Goodnestone, Kent, Engeland is misschien een iets minder bekende ghost story writer dan zijn tijdgenoten, maar hij is een meester in de suggestie door middel van verrassende en zenuwslopende passages, die veel aan de verbeelding van de lezer overlaten. Hij maakte geen gebruik van gothic clichés, maar meer van een huidige setting, die vaak met iets antieks te maken hebben. En wordt daarmee de vader van de “antiquarian ghost story” genoemd. 

 Uit: Collected Ghost Stories van M.R. James, Wordsworth Editions, 2007