Boek Review: We Have Always Lived in the Castle/ We hebben altijd in het kasteel gewoond (Shirley Jackson, 1962)

review book we have always lived in the castle shirley jackson‘My name is Mary Katherine Blackwood. I am eighteen years old, and I live with my sister Constance.’

We Have Always Lived in the Castle is een van de bekendste boeken van Shirley Jackson. En net zoals haar andere boeken is ook dit verhaal niet in een hokje te plaatsen. Er is geen genre dat feilloos bij dit verhaal aansluit. Met haar unieke manier van vertellen, haar prachtige schrijfstijl heeft Shirley Jackson weer een bijzonder verhaal neergezet dat zowel curieus is als verontrustend, luguber, buitengewoon en op zichzelf staand. Met een melancholische toon, een bijzondere blik op de wereld van hoofdpersoon Merricat en een misantropische schets van de mens als groep, is dit misschien geen uitnodigend verhaal, maar wie eenmaal begint, zal merken dat het moeilijk weg te leggen is.

‘My name is Mary Katherine Blackwood. I am eighteen years old, and I live with my sister Constance. I have often thought that with any luck at all I could have been born a werewolf, because the two middle fingers on both my hands are the same length, but I had to be content with what I had.

I dislike washing myself, and dogs and noise. I like my sister Constance, and Richard Plantagenet, and Amanita Phalloides, the death-cup mushroom. Everyone else in my family is dead.’

Het verhaal

De 18 jarige Merricat Blackwood woont samen met haar 28 jarige zus Constance, haar invalide oom Julian en haar kat Jonas in het grote huis van het dorp. De Blackwoods hebben altijd in het huis gewoond en zij en de dorpelingen hebben het nooit met elkaar kunnen vinden. De Blackwoods omdat ze neerkijken op de dorpelingen en de dorpelingen hebben een hekel aan (het fortuin van) de Blackwoods, alsof zij beter zijn dan zij.

Een rampzalige gebeurtenis zes jaar geleden heeft de relatie tussen de Blackwoods en de dorpelingen er niet beter op gemaakt. Want op een dag besloot Constance haar hele familie te vergiftigen door arsenicum in de suiker te doen. Haar vader John, haar moeder Lucy, haar jongere broertje Thomas en de vrouw van Julian, Dorothy kwamen om door het gif. Oom Julian had er weinig van gegeten, maar kwam hierdoor in een rolstoel te zitten en ook zijn verstand is aangetast. Constance zelf eet geen suiker en Merricat werd die avond zonder eten naar boven gestuurd.

Zo kwam het dat Constance samen met Merricat en oom Julian overbleef. Constance werd bij de rechtspraak vrijgesproken en nu verzorgt zij zowel oom Julian en Merricat in het huis, terwijl zij zelf niet naar buiten durft, buiten het hek van hun terrein. Merricat is degene die iedere dinsdag en vrijdag naar het dorp gaat om inkopen te doen, maar voelt de nare blikken van de dorpelingen. Terwijl zij door het dorp loopt zingen de kinderen een liedje:

Merricat, said Connie, would you like a cup of tea?/ Oh no, said Merricat, you’ll poison me./ Merricat, said Connie, would you like to go to sleep?/ Down in the boneyard ten feet deep!

Maar in hun huis zijn ze veilig. Terwijl Constance kookt, oom Julian bezig is met zijn levenswerk om alles van die bewuste dag vast te leggen, speelt Merricat met Jonas in de tuin en ze is gelukkig. Daar komt allemaal verandering als op een dag neef Charles op hun stoep staat.

Merricat

Het verhaal wordt verteld vanuit het subjectieve perspectief van May Katherine, oftewel Merricat, waaruit als snel blijkt dat ze op z’n minst een eigenaardig en macaber meisje is. Ze beschrijft haar geïsoleerde bestaan in het Blackwood huis met haar zus Constance, oom Julian en haar kat Jonas. Merricat heeft zich teruggetrokken met haar eigen fantasieën. En dat laatste gegeven levert een prachtige, maar lugubere en toch poëtische schrijfstijl op. Vanaf het eerste moment van lezen wordt je als lezer in het verhaal, oftewel in de gedachtenwereld van Merricat getrokken. En wordt de buitenwereld een vijandige, gevaarlijke plek, met bedreigende inwoners. Hierdoor ontstaat er een beklemmende sfeer, al lijkt die Constance en oom Julian geheel te ontgaan.

Om de dreiging van buitenaf te bezweren begraaft Merricat allemaal verschillende schatten in hun tuin en op hun grond, om hen te beschermen. Ze kijkt een keer per week of het hek om hun terrein geen gaten vertoont en repareert ze de kapotte stukken, zodat er geen vreemdelingen binnen kunnen komen. Ze verzint woorden die ze niet mag uitspreken en als dit lukt dan zal hen niks erg overkomen. Wanneer ze door het dorp loopt, doet ze alsof ze zich in een spelletje ganzenborden bevindt, zodat de dorpelingen afstandelijk voor haar blijven. En ook timmert ze een boek tegen een boom om vijanden af te weren. Maar wanneer deze spijker zich begeeft, wordt het onheil in de vorm van neef Charles inderdaad over hen afgeroepen. Deze manier van handelen, OCD, is een vorm om haar angsten te bezweren. Merricat heeft een angst voor en een hekel aan vreemdelingen, maar het meest bang is ze voor verandering. Het liefst zou ze willen dat alles zo blijft zoals het is. En dat is vrijwel het hele thema in het boek dat telkens door middel van verschillende motieven naar voren komt.

Constance

Want ook Constance heeft het liefst dat alles bij het oude blijft. Ze conserveert jam en maakt inmaakgroenten, die ze vervolgens in de kelder zet naast alle andere geconserveerde potten van alle andere voorgaande Blackwood vrouwen. Het is haar manier om de status quo te bezweren. Schijnbaar wordt dit conserveren, niet alleen van groenten en fruit al jaren door de Blackwoods gedaan, want ook het hele huis is een grote opeenstapeling van een geconserveerde huisraad. Telkens wanneer er een volgende Blackwood vrouw van de volgende generatie in de familie trouwde en haar huisraad meenam, werd deze toegevoegd aan de al bestaande huisraad, van servies tot meubels en persoonlijke items. Hierdoor is het huis een museum, een ode aan alle Blackwoods die er door de tijd heen hebben gewoond.

Oom Julian

Ook oom Julian heeft zijn eigen methoden om te bewaren wat was, door heel precies alles van die dag waarop hun familie werd vergiftigd op te tekenen. Het is zijn levenswerk, met allerlei papieren, waarop hij alles nauwkeurig heeft beschreven, zowel waar als onwaar. Want dat maakt eigenlijk niet uit. Het gaat immers om het vasthouden van zijn idee, zijn beleving. Zo heeft hij zijn eigen bubbel gecreëerd van die laatste dag, wederom een vorm van conserveren. Ook dit is een ritueel dat hij uitvoert om al het buitenstaande af te weren, net zoals Merricat en Constance dat ieder op hun eigen manier doen.

Het is altijd al zo geweest

De zin we have always, komt dan ook regelmatig in verschillende contexten naar voren. In het huis is het altijd al zo geweest, de dorpelingen zijn altijd al zo geweest en de Blackwoods zijn altijd al zo geweest. Dit kan doorgetrokken worden naar een algemener thema, dat mensen en dingen, hun acties, gedrag en emoties eigenlijk nooit zullen veranderen. Vreemd genoeg geeft deze verstoorde verhouding tussen de Blackwoods en de dorpelingen Merricat ook rust. Het is vertrouwd, niet ideaal, maar ze weet waar ze aan toe is en eigenlijk wil ze het ook niet anders hebben. Het liefst zou ze naar de maan gaan op haar gevleugelde paard, haar ideale plek waar alles mogelijk is. Haar afzondering van de rest van de wereld is een intens gevoel, terwijl de afzondering van Constance letterlijk is, doordat zij hun landgoed niet af durft. Zelfs niet wanneer haar leven in gevaar is.

Het verhaal gaat niet over het exacte hoe en waarom de halve familie Blackwood is vergiftigd. Wel is er nog een kleine twist. Het gaat er om dat na dit grote incident, zowel Merricat, als Constance als oom Julian er alles aan doen om wat is te bewaren, zoals het altijd al is geweest. Dat dit noodzakelijk is voor hun overleving komt nog duidelijker naar voren wanneer Charles langskomt. Hij is niet alleen een grote stoorzender voor Merricat, maar zorgt ervoor dat Constance verandert en verder wil veranderen, dat ze verder wil gaan, maar ook behandelt Charles oom Julian respectloos en verdraagt hem niet, maar ook tolereert Charles het vreemde gedrag van Merricat niet. Charles is er in Merricats ogen op uit om hen uit elkaar te halen en hun zo fijne leventje te verstoren. De lezer weet echter dat Charles uit is op iets heel anders, iets wat zowel Constance als Merricat zelf niet interesseert. Wanneer er tenslotte door zijn komst zich er een andere catastrofe voordoet zullen ook Constance en Merricat zich in deze omstandigheden aanpassen en deze nieuwe status quo willen behouden.

Angst

Ook in dit boek komt de mens er bekaaid vanaf, hebzuchtig, respectloos, geldbelust, egoïstisch, hatelijk, al het lelijke van de mens komt naar voren. Dit wordt vooral verbeeld door de dorpelingen en Charles. Sommige mensen bedoelen het goed met de Blackwoods, noemen zich hun vrienden en willen hen wel helpen, maar ook hier blijkt dat er een grens zit aan altruïstisch gedrag. Dat is een schril contrast met waar Constance en Merricat mee worstelen. Het anders zijn, het buiten de maatschappij vallen, het zich niet kunnen conformeren aan bepaald getolereerd sociaal gedrag, is een thema dat regelmatig terugkomt in de boeken van Shirley Jackson. Dit resulteert zich in verschillende vormen van angst, de angst voor verandering speelt de grootste rol, maar ook sociale angst, het er niet bij horen, het anders zijn en wat je hierdoor moet verdragen of doorstaan is heel realistisch beschreven en zal erg herkenbaar zijn voor degenen die hier ook mee worstelen. Dat is niet zo vreemd aangezien Shirley Jackson hier zelf ook mee worstelde. Het maakt haar verhalen aangrijpender en laat zien hoe beangstigend en beklemmend dat is.

Oorsprong verhaal

De angst van de dorpelingen komt voort uit de angst voor het onbekende, het oncontroleerbare, het anders zijn van de Blackwoods. Maar hun reactie en gedrag op deze angst is heel anders dan dat van Merricat en Constance. Samen genomen echter, kan dit verhaal gezien worden als een soort oorsprong verhaal van een urban legend, een volksverhaaltje om kinderen bang te maken en in toom te houden. In de kleine dorpjes woonde altijd wel een oude spinster, alleen of zoals nu, twee zussen, twee spinsters waarover verhalen de ronde gingen dat ze stoute kinderen opaten, dat ze heksen waren en de gewassen konden vervloeken. Soms om de oude spinster tevreden te houden, legden de dorpelingen voedsel of andere dingen voor de deur van de oude vrouw, om haar goedgezind te blijven. Op deze manier wordt het verhaal van Merricat zowel een schets van de onderliggende thema’s angst en de angst voor verandering gemixt met een sprookje, een volksvertelling, wat weer geheel in stijl is met de manier van denken van Merricat zelf.

Conclusie

We Have Always Lived in the Castle is een kort verhaal, maar waarin erg veel verbogen zit, qua thema’s, motieven, onderliggende ideeën over de mens in het algemeen en sommigen in het bijzonder. In een sprookjesachtige, originele schrijfstijl die soms wat surrealistisch en poëtisch aandoet, volgen we Merricat en haar bijzondere bestaan. Zoals altijd met een naargeestige blik op de mens, beschrijft Shirley Jackson ook nu weer erg realistisch hoe het voelt om anders te zijn. Het liefst zou Merricat zich voor altijd willen verstoppen weg van de mensheid en haar bestaan rustig en gelukkig met Constance voort willen zetten, welk een tegenslag ze ook te verduren krijgen. Zo is het altijd al geweest, en zo zal het altijd blijven.

Praktische info

We Have Always Lived In The Castle (1962), 146 bladzijden. Auteur: Shirley Jackson. Oorspronkelijke taal: Engels. Nederlandse vertaling: We hebben altijd in het kasteel gewoond.